Amsterdamse gevel met de opgenomen woningkenmerken, de NTA 8800-berekening in kWh per vierkante meter per jaar en de labelschaal van A tot G met de klassegrenzen

    Energielabel berekenen

    Wat ik tijdens de opname vastleg, hoe de NTA 8800 daar een getal in kWh per vierkante meter van maakt en waarom een online rekentool nooit een geldig label oplevert.

    PvdS
    Geschreven door Paulo van der SteltEPA-gecertificeerd energieadviseur bij Label & Lens

    Wat er eigenlijk berekend wordt

    Een energielabel is een uitslag op een schaal, geen rapportcijfer per maatregel. Sinds 1 januari 2021 wordt elk nieuw label bepaald met de NTA 8800. Die methode rekent uit hoeveel primaire fossiele energie een woning per jaar nodig heeft voor verwarming, warm water, ventilatie en eventueel koeling, en deelt dat door de gebruiksoppervlakte. De uitkomst is één getal in kWh per vierkante meter per jaar. Op dat getal liggen de klassegrenzen van A++++ tot G.

    Het woord fossiel is belangrijk. Warmte uit een warmtepomp of stroom van eigen zonnepanelen telt anders mee dan gas uit een cv-ketel, omdat de methode terugrekent naar de fossiele brandstof die ervoor nodig is. Daarom kan een installatie de klasse net zo sterk beïnvloeden als isolatie.

    Op het label staan naast dit getal nog twee indicatoren: de energiebehoefte, die zegt hoe goed de schil de warmte vasthoudt, en het aandeel hernieuwbare energie. Ze zeggen iets over de woning, maar de letter wordt bepaald door het primaire fossiele energiegebruik. Wat de letters betekenen bij verkoop en verhuur, lees je in wat een energielabel is.

    Wat ik tijdens de opname vastleg

    De berekening is zo goed als de invoer. Dit zijn de zes onderdelen die ik bij elke woning opneem, met foto's als vastlegging in het dossier.

    Gebruiksoppervlakte

    Ik meet de woning in volgens NEN 2580. Alles wat de berekening oplevert, wordt gedeeld door dit aantal vierkante meters. Een fout in de oppervlakte schuift dus de hele uitkomst op.

    Dak, gevel en vloer

    Per vlak leg ik vast hoe groot het is, waaraan het grenst en hoe goed het geïsoleerd is. Een vlak naar buiten of naar een onverwarmde kelder verliest warmte, een wand naar een verwarmde buurwoning nauwelijks.

    Glas en kozijnen

    Het type glas, het kozijn en de oppervlakte per gevel. Ook de oriëntatie telt: glas op het zuiden levert in de berekening zonnewarmte op, glas op het noorden vooral verlies.

    Verwarming en warm water

    Cv-ketel, stadsverwarming, warmtepomp of een combinatie. Daarnaast hoe het warme water wordt gemaakt en hoe lang de leidingen zijn. Dit deel weegt zwaar, omdat het bepaalt hoeveel fossiele energie er per kilowattuur warmte nodig is.

    Ventilatie

    Natuurlijke toevoer via roosters, mechanische afzuiging of balansventilatie met warmteterugwinning. Elk systeem heeft in de methode een eigen verlies en een eigen stroomverbruik.

    Eigen opwek

    Zonnepanelen en een zonneboiler. Stroom die de woning zelf opwekt, komt niet uit fossiele bronnen en wordt daarom van het primaire fossiele energiegebruik afgetrokken.

    De oppervlakte is het onderdeel dat het vaakst wordt onderschat. Het getal in de BAG is lang niet altijd gelijk aan de gemeten gebruiksoppervlakte, en de berekening deelt door de gemeten waarde. Waarom die twee verschillen, staat in NEN 2580 versus BAG-oppervlakte. Heeft u ook een los meetrapport nodig, bijvoorbeeld voor verkoop, dan kan dat via een NEN 2580-meting.

    Bewijs of standaardwaarde

    Hier ontstaat het grootste verschil tussen wat een eigenaar verwacht en wat er uit de berekening komt. Voor elk bouwdeel mag ik alleen rekenen met wat ik kan zien of wat aantoonbaar is. Kan ik de isolatie van een vloer of dak niet vaststellen en is er geen bewijs, dan schrijft de methode een standaardwaarde voor die past bij het bouwjaar van dat deel. Bij een Amsterdamse woning van voor de oorlog betekent dat: gerekend als ongeïsoleerd.

    Geldig bewijs is een factuur waarop staat wat er is aangebracht, foto's tijdens de uitvoering waarop het materiaal en de dikte te zien zijn, of een plek waar ik de isolatie zelf kan zien, zoals een kruipluik of een zolderluik. Bij glas is dat de code in de afstandhouder; hoe dat werkt, beschrijf ik in HR++ glas en je energielabel. Bij een gevulde spouw is het bewijs vaak het lastigst; zie spouwmuurisolatie en je energielabel.

    Mijn advies voor elke opname: leg de facturen en foto's van eerdere verbouwingen klaar voordat ik kom. Wat ik tijdens de opname niet heb, kan ik niet meenemen in de berekening.

    De klassegrenzen voor woningen

    Primair fossiel energiegebruik in kWh per vierkante meter gebruiksoppervlakte per jaar. Deze grenzen gelden voor woningen; voor kantoren en andere utiliteitsbouw gelden per gebruiksfunctie andere grenzen.

    KlassekWh/m² per jaar
    A++++0 of lager
    A+++0,01 tot en met 50
    A++50,01 tot en met 75
    A+75,01 tot en met 105
    A105,01 tot en met 160
    B160,01 tot en met 190
    C190,01 tot en met 250
    D250,01 tot en met 290
    E290,01 tot en met 335
    F335,01 tot en met 380
    Gmeer dan 380

    De klassen zijn niet even breed. Klasse C beslaat 60 kWh/m², klasse B maar 30. Dat verklaart waarom de stap van C naar B in de praktijk vaak lastiger is dan die van E naar D. Per klasse staat wat er bij een woning meestal speelt in ons overzicht van de energielabels.

    Rekenvoorbeeld: de afstand tot de volgende grens

    Het nuttigste getal op een label is niet de letter, maar het getal erachter. Stel: een appartement komt uit op 262 kWh/m² per jaar. Dat is klasse D. De grens van C ligt op 250, dus de woning zit 12 kWh/m² van de volgende letter af. Bij een gebruiksoppervlakte van 70 m² is dat in de berekening ongeveer 840 kWh primaire fossiele energie per jaar die eraf moet.

    Een tweede appartement komt uit op 288 kWh/m². Ook klasse D, maar die woning moet 38 kWh/m² zakken voor dezelfde stap. Dezelfde maatregel, bijvoorbeeld nieuw glas, kan de eerste woning dus over de grens helpen en de tweede niet, terwijl beide eigenaren evenveel besparen op hun rekening.

    Daarom vraag ik bij een adviesgesprek altijd eerst naar het getal, niet naar de letter. Wie weet hoe ver de grens weg is, kan gericht kiezen tussen glas, spouwmuurisolatie, zonnepanelen of een warmtepomp. In een adviesrapport reken ik die maatregelen voor uw eigen woning door, met de echte oppervlakken in plaats van een gemiddelde.

    Waarom gelijke woningen anders uitkomen

    In een Amsterdams portiekgebouw zie ik regelmatig drie verschillende labels in één trappenhuis. Dat is geen fout. De benedenwoning heeft een vloer boven een koude kruipruimte of kelder, de bovenwoning een dak, en de woning in het midden grenst boven en onder aan verwarmde buren. Die middelste woning verliest in de berekening het minst warmte en komt bij verder gelijke installaties meestal het gunstigst uit.

    Een hoekwoning heeft een extra gevel, een woning op het zuiden meer zonnewarmte door het glas. En dan is er de installatie: een ketel van twintig jaar oud tegenover een nieuwe, of stadsverwarming tegenover gas. Twee woningen die van buiten identiek zijn, kunnen daardoor een of twee klassen uit elkaar liggen. Voor appartementen heb ik dat verder uitgewerkt in energielabel voor een appartement.

    Waarom zelf berekenen geen geldig label oplevert

    Online rekentools vragen naar bouwjaar, woningtype en een paar maatregelen en geven dan een letter. Dat is een schatting op basis van gemiddelden, geen toepassing van de NTA 8800. Ze weten niet hoe groot uw glasoppervlak is, waaraan uw vloer grenst of welke isolatie aantoonbaar is, en dat zijn precies de onderdelen die de uitkomst bepalen.

    Een geldig energielabel ontstaat pas als een gecertificeerd energieadviseur de woning heeft opgenomen, de berekening in erkende software heeft gemaakt en het label in EP-online is geregistreerd. Alleen dat geregistreerde label telt bij verkoop, verhuur en een hypotheekaanvraag. Het verschil met het oude voorlopige label leg ik uit in voorlopig of definitief energielabel.

    Hoe het traject van aanvraag tot registratie verloopt, staat stap voor stap in energielabel aanvragen in 4 stappen.

    Extra belang bij verhuur

    Bij een huurwoning werkt de klasse rechtstreeks door in de WWS-puntentelling en daarmee in de maximale huurprijs. Een woning die net boven een klassegrens zit, kan met één gerichte maatregel punten winnen. Het loont dus om bij verhuur niet alleen naar de letter te kijken, maar naar het getal en de afstand tot de volgende grens.

    Veelgestelde vragen

    Antwoorden op de vragen die we het vaakst krijgen over de berekening van het energielabel.

    Met de NTA 8800, de wettelijke bepalingsmethode die sinds 1 januari 2021 voor alle nieuwe energielabels geldt. Een gecertificeerd adviseur neemt de woning op: oppervlakte, isolatie van dak, gevel en vloer, glas, verwarming, warm water, ventilatie en eigen opwek. De software rekent daar het primaire fossiele energiegebruik in kWh per vierkante meter per jaar uit. Dat getal bepaalt de klasse, van A++++ tot G.

    U kunt met een online rekentool een indicatie krijgen, maar dat levert geen geldig label op. Een rechtsgeldig energielabel mag alleen worden vastgesteld door een gecertificeerd energieadviseur na een opname, en wordt pas geldig zodra het in EP-online is geregistreerd. Bij verkoop, verhuur of een hypotheekaanvraag telt alleen dat geregistreerde label.

    Omdat het label niet naar uw eigen verbruik kijkt. De berekening gaat uit van standaard gebruik en standaard klimaatgegevens, zodat woningen onderling vergelijkbaar zijn. Hoe warm u stookt, hoeveel mensen er wonen en hoe vaak er gedoucht wordt, speelt geen rol. Een zuinig huishouden in een woning met label E kan dus minder betalen dan een ruim stokend huishouden in een woning met label B.

    Dan rekent de adviseur met de standaardwaarde die bij het bouwjaar van dat bouwdeel hoort. Bij oudere Amsterdamse woningen is die standaardwaarde laag. Is er later geïsoleerd en kunt u dat aantonen met een factuur, foto's tijdens de uitvoering of een zichtbare inspectie, dan mag met de betere waarde worden gerekend. Dat verschil kan de klasse veranderen.

    Omdat kleine verschillen in de invoer doorwerken. Een bovenwoning heeft een dak als verliesvlak, een benedenwoning een vloer, een hoekwoning een extra gevel. Daarnaast kan de ene eigenaar de ketel hebben vervangen, glas hebben laten plaatsen of bewijs van isolatie hebben bewaard. Zit een van beide woningen dicht bij een klassegrens, dan is één verschil genoeg voor een andere letter.

    Tien jaar vanaf de registratie in EP-online. Wijzigt u in die periode iets aan de woning, dan verandert het label niet vanzelf. Wilt u de verbetering terugzien, dan is een nieuwe opname en berekening nodig.

    Een berekening van uw eigen woning?

    Ik neem de woning op, reken volgens de NTA 8800 en registreer het label in EP-online. Wilt u eerst weten welke maatregel de volgende klasse haalt, dan reken ik dat door in een adviesrapport.

    Let op: de getallen in het rekenvoorbeeld zijn een illustratie van hoe de klassegrenzen werken, geen uitkomst van een echte woning. Welke klasse uw woning heeft en hoe ver de volgende grens weg is, blijkt pas uit een opname ter plaatse.

    We gebruiken cookies om de website te verbeteren en onze diensten relevanter te maken. Analytische en marketingcookies plaatsen we alleen met jouw toestemming. Lees meer in onze privacyverklaring.